Kinderen horen niet te sterven, maar als het gebeurt, moet het ziekenhuis een geschikte afscheidsruimte bieden. De opbaarkamer in Amsterdam UMC is dringend aan renovatie toe. Lees hieronder het artikel uit Het Parool van 9 mei 2026 over het Actiedoel 2026 van Stichting Witte Bedjes.
Door Malika Sevil, foto’s Maarten Delobel
Ergens in Amsterdam UMC ligt HO-126, de opbaarkamer. Als kinderen in het Emma Kinderziekenhuis overlijden, kan familie hier rouwen en afscheid nemen. Je komt er vanaf het centrale plein van locatie AMC via een lange gang, voorbij deuren die alleen met een personeelspas open gaan. Nergens op de borden staat de route naar het mortuarium. Wel een zwarte pijl.
Je zou bijna de indruk krijgen dat de afdeling een geheime plek is, maar dat is volgens obductieassistent Alike Hezemans niet het geval. Het is meer dat mensen er niet van wíllen weten. De dood is bij velen nog een taboe, zegt ze, óók en misschien wel júíst in het ziekenhuis, want: “Het draait in het ziekenhuis natuurlijk vooral om genezen en herstel. Maar helaas gaan er ook mensen dood.”
Als je het de medewerkers in het mortuarium vraagt, is dat ook de reden waarom de kamers zo sleets zijn. Velen vergeten het liefst dat er zo’n plek als deze bestaat – al helemaal als die voor kinderen is bedoeld.
Niet over nagedacht
“Dit is het dus,” zegt Hezemans. Ze laat een stilte vallen, zodat het bezoek de ontvangstruimte in zich op kan nemen. Tegen de muur heeft iemand plompe stoelen met neplederen zittingen neergezet. Ze staan in een U-vorm. Vanachter het schrootjesplafond schijnt tl-licht. Er hangt een typische geur, wat volgens Hezemans roomspray moet zijn.
Ze vindt de sfeer te koud. En er is niet over nagedacht. Ze knikt naar een grote poster. Het is een tafereel uit 1878 van de Oudezijds Voorburgwal, geschilderd door Cornelis Springer. “Dan denk ik: waarom hangt dat hier?”
Klachten hoort ze nooit. Sterker nog: ouders zijn vaak heel dankbaar voor de zorg die ze krijgen. “Zij zijn natuurlijk ook bevangen door verdriet. Ze zijn daar niet mee bezig.” Bovendien vrezen mensen, als ze naar het mortuarium gaan, een ruimte met veel roestvrij staal. “Ze verwachten dat ik zo’n stalen lade opentrek, net als in de film. Dat horen wij heel vaak terug.” Dat er een speciale opbaarruimte is, een plek om afscheid te nemen en familie en vrienden te ontvangen, is dan juist een grote opluchting.
Hezemans kwam drie jaar geleden door fusieverschuivingen van locatie VUmc hier terecht. Sindsdien probeert ze, met collega’s, een beetje huiselijkheid en warmte te brengen. Eigenlijk moet dat via officiële loketten, maar daar wilden ze niet op wachten. Met geld uit eigen zak kochten ze sfeerlampen en in de opbaarkamer werden vlinders op de muur geplakt. Het komt allemaal uit een goed hart, maar het levert niet op wat deze plek verdient, vindt ze.
Nu komt er dan toch een serieuze opknapbeurt. Vandaag start de inzamelingsactie. Er komt een aparte afscheidskamer voor kinderen en een voor volwassenen. Ook de ontvangstruimte wordt aangepakt.
Knuffelbeer
Hezemans loopt verder en stapt de opbaarkamer binnen. Er staat een commode met wat ze een ‘nestje’ noemen, een miniatuurkussen voor de allerkleinsten.
Bijna wekelijks ligt hier een kind opgebaard, tot het moment dat de uitvaartverzorger of de ouders het lichaam meenemen naar een ander mortuarium of naar huis. “Tegenwoordig kan een lichaam zelfs met een lichte balsem thuis worden opgebaard, zonder koeling.”
Bij het Emma Kinderziekenhuis, dat ook een grote neonatologieafdeling huisvest, worden jaarlijks bijna achtduizend kinderen opgenomen. Toch komen hier niet alleen patiënten die in het ziekenhuis zijn overleden, maar ook kinderen die elders een natuurlijke dood zijn gestorven en in het mortuarium door een team van specialisten worden onderzocht op hun doodsoorzaak. “Als er bijvoorbeeld erfelijke factoren meespelen, dan is dat voor broertjes en zusjes belangrijk om te weten.”
Hezemans assisteert bij de obductie. “Onze taak is eigenlijk om de lichamen te verzorgen.” Ze wast, verzorgt en hecht na onderzoek. Hezemans is een vrouw met een bak empathie en oog voor detail. Als ze een wondje bedekt, doet ze dat niet met een beige pleister, maar met een kinderpleister, want dat is toch ‘lieflijker’. Voor de zuigelingen haakt ze in haar vrije tijd samen met een vriendin mutsen en dekentjes. En als een kind na onderzoek teruggaat naar de ouders, geeft ze het altijd een kleine knuffelbeer mee.
Ze registreert gevoeligheden. En pakt dat aan. Op een deur voor een lange gang heeft ze een grote sticker van een bostafereel geplakt. “Anders zien nabestaanden hoe hun dierbare op een bed de hele gang wordt doorgerold, die dan aan het eind naar rechts draait. Dát blijft dan voor altijd een herinnering.” Het contrast met het mooi ingerichte Emma Kinderziekenhuis is nu wel heel erg groot, vindt Hezemans. “Als ik zie hoe prachtig sommige afdelingen boven zijn, denk ik: dat verdient deze plek ook.”
Vers verdriet
Omdat ouders heel kort na het overlijden al naar het mortuarium komen, wordt Hezemans geconfronteerd met het allergrootste, verse verdriet. Zeker het moment dat ouders hun kind moeten overhandigen voor onderzoek is moeilijk, zegt ze. “Dan is het belangrijk dat je niet in een kille ruimte staat.” Hezemans betrapt zichzelf er weleens op dat ze, als ze ouders ontvangt, probeert om de zwaarte van de ruimte met haar compassie te compenseren.
Al wil ze haar eigen rol niet te groot maken. “Ik kan het verdriet niet wegnemen. Wat ik wel kan doen: er gewoon zijn. Hen het gevoel geven dat ze veilig zijn en dat ze zo lang mogen blijven als ze willen.”
Kinderpatholoog Marianna Bugiani stapt binnen en haakt direct aan bij het gesprek. De dagen en uren van afscheid zijn heel belangrijk voor de verwerking, zegt Bugiani. “Dat dit gebeurt, liefst op een fijne, veilige plek, is cruciaal voor het rouwproces. Het heeft impact op de kwaliteit van leven van de nabestaanden. Er moet behalve voor behandeling, ook aandacht zijn voor een waardig afscheid.”
Kinderarts Diederik Bosman zal dat later, in zijn werkkamer in het Emma Kinderziekenhuis, beamen. “Je hebt ook maar één kans om het goed te doen. Het beeld dat je bij de ouders opwekt, zullen ze hun hele leven meenemen.”
Aandacht voor rouw
Dat er door de jaren heen steeds meer aandacht voor rouwverwerking is, ziet Bosman in veel dingen terugkomen, waaronder protocollen. “Reanimaties van kinderen bijvoorbeeld: in het begin van mijn carrière werden ouders weggestuurd, maar nu vinden we het juist belangrijk dat ze erbij zijn, want dan zien ze dat er alles aan gedaan wordt. Zij zien ook dat het op een gegeven moment eindigt. Dat klinkt dramatisch, maar als je wordt weggestuurd en je komt terug als je kind overleden is, dan is dat onverteerbaar. Als je het proces enigszins meemaakt, is die acceptatiekans groter.”
Bovendien: een reanimatie achteraf navertellen, is vrijwel onmogelijk. “Ouders vragen de arts dan: hoe ging het? Dat probeer ik te verwoorden, maar dat lukt me eigenlijk nooit goed genoeg,” zegt Bosman, die tevens bestuurslid is van de Witte Bedjes (zie kader).
Ook na een overlijden stopt de zorg niet, wil hij graag gezegd hebben. Ouders krijgen van het Emma Thuis Team ook dan nog begeleiding. Binnen dit hele verhaal hoort dus een fatsoenlijke plek om afscheid te nemen. Het klinkt misschien allemaal logisch, maar Bosman heeft als arts vroeger nog meegemaakt dat ouders hun kind op een koude tafel in het mortuarium moesten achterlaten. “Verschrikkelijk, want ouders willen hun kind juist niet alleen laten.”
Stapeltje plaids
Bosman hoopt dat de opbaarkamer ‘een kindwaardige plek wordt, een plek met lichtheid’. Dat werpt de volgende vraag op: hoe doe je met een behangprint en een salontafel recht aan dat grote verdriet?
Niet, denkt Hezemans. Maar het helpt wel als er een bank is waar ouders samen, eventueel met hun kind op schoot, kunnen zitten. Het scheelt als er warme kleuren zijn, goede verlichting. Ze zag een mooie afscheidskamer in het RadboudMC, waar een stapeltje plaids lag. Móói, dacht ze. “Want wat doet iemand die rouwt? Ze pakken niet alleen tissues, als je zo’n groot verdriet hebt ga je rillen, krijg je het koud. Dan is het fijn als je een plaid om je heen kan slaan.”
En een speelhoekje voor de broertjes en zusjes is ook belangrijk, zegt de patholoog. “Zodat ze erbij zijn, maar zich ook kunnen onttrekken.” In zo’n impactvolle periode in het leven doen dit soort details ertoe. “Zo’n ruimte vergeet je je leven lang niet meer.”
Op de foto: Diederik Bosman en Alike Hezemans